Men wordt Moslim door het kennen, het geloven en het (correct) uitspreken van de twee Geloofsgetuigenissen. Wat zijn de twee Geloofsgetuigenissen? De twee Geloofsgetuigenissen zijn:
In het Nederlands:
Ik getuig dat er geen andere God is dan Allâh en ik getuig dat Mu7ammad Zijn Boodschapper is.
Degene die geen Moslim is, wordt Moslim door het weten, het geloven en het uitspreken van de twee Geloofsgetuigenissen. Het uitspreken kan in de eigen taal of in het Arabisch, maar de woorden, zoals Allâh en Muhammad, dienen correct uitgesproken te worden. Men is verplicht om zo snel mogelijk, zonder ook maar een moment van uitstel, de Geloofsgetuigenissen uit te spreken.
1- De eerste Geloofsgetuigenis betekent o.a. dat niets en niemand de aanbidding verdient dan Allâh, de Schepper van alles. Allâh heeft alles geschapen, de plaatsen, de tijd, de Troon, de engelen, de dieren, de mensen de djinn. En voordat Allâh het eerste schepsel geschapen had, bestond er niets, behalve Allâh; geen plaats, geen tijd, geen engelen, geen dieren, geen mensen geen djinn, helemaal niets, behalve Allâh. Allâh bestaat zonder plaats, Allâh is niet boven en niet op de Troon en niet in de hemelen, Hij heeft geen lichaam. Allâh lijkt op niets en niemand en Hij is niet voor te stellen.
2- De tweede Geloofsgetuigenis houdt o.a. in dat Profeet Mu7ammad, de zoon van^Abdoellâh, een boodschapper van God is. Profeet Mu7ammad is in Mekkah geboren en hij is in Al-Madienah begraven. Hij werd gestuurd om de boodschap van Allâh aan de mensen en de djinn door te geven. En om te leven met de Geopenbaarde Wetten die de Profeet heeft ontvangen. De Moslims geloven dat alles wat Profeet Mu7ammad over Allâh verkondigd en verteld heeft waar is.
De twee Geloofsgetuigenissen bevestigen dat de Goddelijkheid alleen aan Allâh is en ze bevestigen de ontvangst van de missie van Profeetschap door de Profeet Mu7ammad. Zij verwerpen de Goddelijkheid van ieder ander dan Allâh. Allâh is God en Hij alleen heeft de Goddelijkheid. De Goddelijkheid is de Eigenschap van Allâh om iets vanuit het niet-bestaan in het bestaan te laten zijn.